composities

TIKKERTJE

tikkertje 1

Marion de Laat

Tschumi paviljoen Groningen

Het paviljoen als een instrument of een klankkast. Het paviljoen wordt in trilling gebracht door 256 tikkertjes of solanoids die computer-gestuurd zijn, waardoor een gecontroleerd ritme mogelijk wordt. In Tikkertje van Marion de Laat vallen architectuur, ritme en tijd samen. Door de installatie van de tikkertjes functioneert het Tschumipaviljoen als een 18 meter lange glazen klankkast die z’n eigen geluid voortbrengt.14 okt 1998

http://www.tschumipaviljoen.org/projecten/36/tikkertje

VERGEET-ME-NIETJE
vergeetmenietje

Beeld York Vornfett

Grand theater Groningen 1998

Binnen een intieme ruimte zal de accordeoniste plaatsnemen en gaat zij een dialoog aan met de stem uit de luidspreker dat naar buiten toegebracht wordt als een monoloog.

A PRACTICE BOTH CRUDE AND UNSAVOURY

De Ijsbreker Amsterdam 1990 & 1992

 

 

 

 

                                                                                                              Zangeres: Riejan Verhees

Zangers: Marc Dros en Riejan Verhees

Ensemble Uncle Joe’s AUG.

In de tijd dat de boer nog een individuele voorkeur koesterde voor zijn koeien, streelde hij tijdens het dagelijkse onderonsje van het melken zijn dieren eens liefdevol over de buik. Nu is er plaats gemaakt voor de routine van het uitvoeren van een aantal technische handelingen, waarbij de koe simpelweg van haar ‘output’ wordt ontdaan en de boer eens per week zijn machine streelt en God dankt voor di heuglijke wonder, dat zijn leven ‘o zo ‘ heeft vereenvoudigd. Natuurlijk is een musicus geen koe en heeft een dirigent een andere werkwijze dan de boer. De techniek stelt zichzelf hierin als onpartijdig op en ontwikkelt zich verder. In ‘a practice both crude and unsavoury’ zou de eenvoudig gestolen ‘blaat’ van een koe simpelweg het commando kunnen zijn voor een speler om zijn muzikale output via een draadlijn naar een apparaat te sturen. Dit apparaat zou een model kunnen omschrijven waarbinnen de communicatiemogelijkheden van meerdere spelers vastliggen. De dirigent zou zich kunnen beperken tot het voeden van dit apparaat door lijnen in en uit te voeren, verbindingen te maken tussen spelers onderling en iedere speler van het juiste commando te voorzien. Of dit apparaat een Godszegen is, waardoor het communiceren doelmatiger en effectiever wordt gemaakt?..

Ensemble Uncle Joe’s AUG.                                                                                                               Uitvoerenden: Joost van Balkom, Imme Tonkes, Riejan Verhees, Peter Kann, Jan-Willem Nelleke, Marc Drost, Marion de Laat, Dominy Clements.                                                                                                        Muziek: Joost van balkom, Dominy Clements, Peter Kann, Marion de Laat.                                                     Concept, regie, tekst, scenografie: Petra van der Schoot                                                                       Techniek: Paul Jeukendrup

THE PLEASURES OF THE MOUTH

thunderclaps 1

Beeld Henny de Laat en Vincent McGourty

Korzo theater Den Haag 1994

In de reclame op televisie wordt men verleid tot het nemen van voedsel, drank en rookwaar. De beelden op de monitors hebben eten, drinken en sigaretten als thema. De geneugten van de mond zijn geconcentreerd rond een ding dat niet te koop is -SEX- Sex is hier strikt gesproken de persoon die verkoopt.

STEP IN

vloertje 2 kopie

Danseres Daphne van Paassen

STEP IN is een compositie voor Spaanse danser(es) en MIDI vloer. Dit is een speciaal ontwikkelde vloer die bestaat uit negen segmenten waarbij een Spaanse danseres het geluid aantrapt. Iedere tegel wordt akoestisch versterkt, en kunnen tevens via MIDI elektronische klankbronnen aansturen.

TWEELING

tweeling

Marion de Laat

Bij tweeling is een partij ingespeeld op audio video tape, zodat er een live performance ontstaat. In de compositie is gebruik gemaakt van de moderne technieken op het gebied van de accordeon. Het gebruik van de balg, en de typische air-sounds laten de accordeon als pneumatisch instrument geheel tot zijn recht komen. De balg herinnert ons, door het pompen en zuigen, aan de ademhaling van het instrument (als een paar longen). Het klikken van de registers doen denken aan de typemachine toetsen van Satie in ‘Parade’. Het audio-video gedeelte staat vast en is onveranderbaar in tegenstelling tot het life-gedeelte. Heden en verleden worden met elkaar verbonden en in de toekomst wordt de afstand tussen video en life performance alleen maar groter. Zo ontstaat er een situatie dat ik met en tegen de video speel waardoor ik binnen hetzelfde stuk nieuwe mogelijkheden ontdek.

., IS PUNT KOMMA .,

puntkomma

., is punt komma ., is een compositie voor clavecimbel en tape.

Het uitgangspunt van deze compositie is de klavecimbel. De vorm van het instrument is een driehoek. Beeldend kan men nu denken aan een drieluik. De vorm is in muzikale, beeldende en literaire (titel) context driedelig. Het materiaal van de compositie bestaat uit klan en rustpuntjes met als resultaat het contrast van de twee verschillende klankbronnen n.l. tape (synthetisch) en Clavecimbel (acoustisch).De muziek is gestructureerd in zes lagen waarvan de rustpuntjes zo zijn gerangschikt dat zij verticaal precies op de zesde minuut samenvallen.Deze compositie is opgedragen aan Annelie de Man.

AIR

Air is een compositie voor acht musici en een dirigent, die in plaats van ‘gewone’ instrumenten ballonnen bespelen. Het octet is in de gebruikelijke groepen verdeeld: sopraan, alt, tenor en bas. Op het podium lijkt het net een klein blaas orkestje. Er is een volledig uitgeschreven partituur met een orkestrale lay-out, compleet met solofragmenten, ritmisch uit gecomponeerde passages, herhalingen en tempo versnellingen. Het verschil met andere muziek is de keuze van instrumenten. Tijdens het experimenteren met de ballon ben ik tot de conclusie gekomen dat de ballon is onder te verdelen in drie verschillende instrumenten.     Aan de ene kant kun je de ballon beschouwen als een blaasinstrument, het opblazen, maar tegelijkertijd doet het denken aan een slaginstrument en een strijkinstrument. Je kan een weinig opgeblazen ballon in je mond nemen en aan het mondstuk trekken waardoor een soort van snaar ontstaat waar je aan plukt (pizzicato voor een strijkinstrument). Het op verschillende manieren opblazen van een ballon, het laten leeglopen, en hoe stevige en half opgeblazen of ‘slappe’ ballonnen klinken, waaraan wordt getrokken, waartegen wordt geslagen of waarover op diverse manieren wordt gewreven doet denken aan een Schotse doedelzak. Hierbij is de blaas een reservoir voor lucht, die door de pijpen geperst wordt om klank te produceren. In ‘AIR’ zijn geen pijpen aanwezig maar laten de spelers de lucht op diverse manieren, piepend ontsnappen uit het rubber. Aan het eind van het stuk zijn ook ritmisch uitgecomponeerde passages, met herhalingen en tempo versnellingen waar de ballon een percussief karakter heeft. De klankmogelijkheden en de klankrijkdom van de ballon is dan ook veel groter dan menigeen zou denken.